Photo: Evy Ottermans
biography

Roland Van Campenhout, Pieter-Jan De Smet en Frederik Sioen noemen zichzelf ‘de Piepkes’ omdat ze vinden dat het zo hoort.

Het piepen zat er blijkbaar al in van bij het begin want Roland hielp Pieter-Jan’s eerste plaat maken en die deed dat op zijn beurt bij Sioen en de roepnaam was telkens ‘Piepke’. Dat moest ooit in een jamsessie resulteren en kijk, de confituur pakte. Het fijnste aan jammen is ‘het spelen’ en aldus ontstond het liedje ‘Tante Selle’, een ode aan PJ’s fantastische groottante die hij als kind nog had gekend. De opnameruimte werd de zandbak en de speeltuin van de Piepkes en zo rolde het ene na het andere liedje eruit tot ze hikkend van de lach achter een grote stapel pannenkoeken belandden.

Leve de kleine en de grote kinderen, leve de speeltuin, viva de zandbak en laat de pannenkoeken maar aanrukken!

Gewapend met Nederlandstalige liedjes uit eigen knapzak en een mond vol hart bezingen de Piepkes de wereld vanuit hun kinderlijke verbeelding. Daar waar kinderen vaak ouder lijken dan hun ouders, waar de staart niet noodzakelijk met de kop verbonden is en waar Klein Pierke zichzelf God waant, struinen de Piepkes door het hoge gras.

‘De Piepkes’ zijn er voor kinderen, van 5 tot 105.

video
playlist
" width="300" height="380" frameborder="0" allowtransparency="true" allow="encrypted-media">